Het stroomverbruik van een airco is een onderwerp waar veel misverstanden over bestaan. Voor de installateur is het cruciaal om het verschil te kennen tussen koelvermogen, opgenomen elektrisch vermogen en het werkelijke verbruik in kilowattuur. Alleen dan lever je een installatie op die niet alleen voldoet aan de norm, maar ook energiezuinig en betrouwbaar presteert.
In dit artikel lees je hoe je het stroomverbruik van airco's correct inschat, welke factoren het verbruik beïnvloeden en hoe je met slimme keuzes en instellingen het energieverbruik minimaliseert.
Schroefdraadtypen: BSP, NPT en metrisch
In Nederland werk je vrijwel altijd met BSP-schroefdraad (British Standard Pipe), vastgelegd in voor cilindrische draad en ISO 7-1 voor conische draad. Binnen BSP heb je twee varianten waar je het verschil moet kennen.
G-draad is cilindrisch (parallel) en wordt afgedicht met een vlakke pakking of O-ring tegen een vlak afdichtvlak. Dit is wat je het meest tegenkomt bij sanitaire armaturen en flexibele slangen.
R-draad is conisch en dicht af in de draad zelf. R-draad zie je vooral bij gas- en verwarmingsinstallaties en bij overgangen naar oudere installaties.
De fout die je geregeld tegenkomt: G-draad combineren met R-draad zonder de juiste afdichting. Het lijkt te passen, maar je krijgt microlekkages die pas na weken zichtbaar worden in een vochtplek of een schimmelrand. Een G-uiteinde hoort tegen een vlakke pakking, een R-uiteinde wordt gedicht in de draadgangen zelf.
Buiten Europa, en in industriële installaties, kom je twee andere standaarden tegen. NPT (National Pipe Thread) uit de Verenigde Staten heeft een flankhoek van 60 graden en is volledig conisch, terwijl BSP een flankhoek van 55 graden hanteert. Een BSP G1/2 (buitendiameter 20,955 mm) en een NPT 1/2 (buitendiameter 21,34 mm) lijken op elkaar maar zijn niet compatibel. Forceren beschadigt beide draden onherstelbaar. Metrische draad volgens ISO 261 kom je vooral in machinebouw en pneumatische systemen tegen, zelden in drinkwaterinstallaties.
Bij twijfel: gebruik een draadmeter (draadkam) en schuifmaat. Twintig seconden meten voorkomt een uur foutzoeken.
Diameter en maatvoering
De gangbare maten in sanitaire installaties zijn op één hand te tellen.
G3/8 vind je terug aan de kraanzijde van flexibele slangen bij vrijwel alle keuken- en wastafelkranen. G1/2 zit op hoekafsluiters, douche- en badaansluitingen, en als directe kraanaansluiting bij wandkranen. G3/4 gebruik je bij hogere volumestromen zoals badvullers, vaatwasaansluitingen en bij sommige collectieve installaties.
Belangrijk om te onthouden: de nominale maat van BSP-draad zegt niets over de buitendiameter. G1/2 heeft een buitendiameter van iets onder de 21 mm, G3/4 zit op circa 26,4 mm. Die maten gaan terug op de oorspronkelijke binnendiameter van smeedijzeren buis uit het tijdperk dat de standaard werd vastgelegd. Voor het meten in de praktijk: meet de buitendiameter, kijk in een omrekentabel, dan weet je welke G-maat het is.
De binnendiameter van de leiding zelf is een ander verhaal. Een kraan met een te krappe doorlaat op een DN15-leiding geeft merkbare stromingsweerstand, vooral bij thermostatische mengkranen waar de temperatuurstabiliteit eronder lijdt. Andersom kan een te ruime doorlaat op een leiding met beperkte capaciteit cavitatie en geluidsoverlast veroorzaken. Kijk dus niet alleen naar de kraan, maar ook naar de hydraulische context van de installatie.
Hartafstand, wandbeugels en kraangat
Voor wandkranen hanteer je een hartafstand tussen warm en koud. In de praktijk werk je met wandbeugels (in de volksmond ook wel Gemini-beugels genoemd) die er in twee standaardmaten zijn: 120 mm en 150 mm. Voor beide maten bestaan S-koppelingen waarmee je naar de juiste kraanmaat gaat en de aansluiting spanningsvrij afstelt. Er is ook een S-koppeling met grote sprong, die van 120 mm naar 150 mm gaat. Die kom je vooral tegen bij de renovatie van sociale huurwoningen, waar de bestaande beugelmaat afwijkt van de nieuwe kraan.
Meet in renovatieprojecten altijd de bestaande beugelmaat voordat je de kraan bestelt. Voorkom bij het afstellen dat de kraan onder spanning komt te staan, want dat geeft op termijn lekkage rondom de afdichting.
Het kraangat voor opbouwkranen op wastafels en aanrechtbladen is in Nederland standaard 35 mm. Bij oudere installaties en bij sommige geïmporteerde merken kom je 32 mm of 38 mm tegen. Meet bij renovatie altijd vóór bestelling, anders sta je met de kraan in de hand en past hij net niet.
Materialen en hun invloed op de aansluiting
Messing is het werkpaard. Nauwkeurige maatvoering, goed gietbaar, en compatibel met BSP-afdichting. Vrijwel alle sanitaire armaturen, hoekafsluiters en koppelingen zijn van messing of een variant daarvan, vaak verchroomd of geborsteld voor het zichtwerk.
Verzinkt staal kom je nog tegen in oudere installaties, maar voor nieuwe drinkwaterinstallaties is het in Nederland niet meer in gebruik. De zinklaag corrodeert op termijn van binnenuit, en zinkmigratie naar drinkwater wordt sinds de jaren negentig actief uitgefaseerd. Bij renovatie waar je deels op een bestaande staleninstallatie moet aansluiten, gebruik je overgangskoppelingen.
Kunststof (PEX, PE) gebruik je voor de leiding zelf, niet voor de kraanaansluiting. Bij de overgang naar de kraan komt altijd een metalen koppeling. Let op de mechanische ondersteuning rond die overgang: kunststof is gevoelig voor torsie en buigspanning, en een kraan die je strak aandraait op een vrij zwevende PEX-verbinding trekt de overgang scheef.
Galvanische corrosie is reëel bij combinaties van verschillende metalen, vooral bij staal en koper in dezelfde installatie. Pure messing-overgangskoppelingen lossen dat niet op, omdat messing elektrochemisch dicht bij koper zit. Wat je nodig hebt is een koppeling met een diëlektrische scheiding (een kunststof tussenring) die het elektrische contact tussen de metalen verbreekt.
Flexibele aansluitslangen en hoekafsluiters
De gangbare configuratie is een flexslang met G3/8 aan de kraanzijde en G1/2 aan de zijde van de hoekafsluiter, al bestaan er zoals eerder genoemd varianten. Bij keuze let je op een paar dingen.
De lengte mag niet zo krap zijn dat de slang onder spanning komt te staan, maar ook niet zo lang dat je grote bochten of een knik krijgt. De buigradius moet minimaal vijf tot zeven keer de buitendiameter van de slang zijn. Onder die waarde knikt de inwendige rubberslang en is lekkage een kwestie van tijd.
Kies slangen die voldoen aan EN 13618 met Kiwa-keurmerk voor toepassing in drinkwaterinstallaties. Het bevestigt geschiktheid voor maximaal 10 bar werkdruk en 90 graden Celsius. Voor collectieve installaties en zorginstellingen waar je rekening moet houden met legionellabeheer is materiaalkeuze extra belangrijk: EPDM-rubberslangen kunnen biofilm bevorderen, daar zijn alternatieve materialen of starre verbindingen vaak een betere keuze.
Vervang flexibele slangen preventief na vijf tot tien jaar, afhankelijk van gebruik en omgeving. Inspecteer ze bij elk onderhoud op corrosie van de gevlochten mantel en op de afdichtingen aan beide uiteinden.
Afdichting in de praktijk
De keuze van het afdichtmiddel luistert nauw, en hier gaat in de praktijk veel mis. Belangrijk om te weten: voor drinkwaterinstallaties moeten afdichtingsmiddelen een erkende kwaliteitsverklaring hebben. Hennep is een natuurproduct en kan die verklaring niet krijgen, en is daarom niet meer toegestaan in drinkwaterleidingen. Hennep kom je nog wel tegen bij oude dikwandige stalen cv-leiding die met fittingwerk is verbonden, maar voor drinkwater grijp je naar andere middelen.
Voor G-draadverbindingen gebruik je een vlakke pakking of O-ring tegen het afdichtvlak. Eerst handvast aandraaien, dan met de sleutel maximaal nog een kwartslag tot een halve slag, tot je voelt dat de pakking aanligt. Te strak en je vervormt de pakking of beschadig je de chroomlaag van de kraan.
Voor draadafdichting op drinkwater gebruik je een drinkwatergeschikte afdichttape (met Kiwa- of vergelijkbaar keurmerk) of een drinkwatergeschikt afdichtkoord. Wikkel tape met de draairichting mee, zodat hij niet losdraait bij het indraaien. Let op het praktische verschil in terugdraaibaarheid: klassieke afdichttape kun je na montage niet terugdraaien om te corrigeren, want dan lekt de verbinding gegarandeerd. Bepaalde afdichtkoorden laten wel enige terugdraaiing toe, tot enkele tientallen graden afhankelijk van het product. Dat is precies waarom je bij het afstellen van S-koppelingen, waar je op de juiste stand moet uitkomen, vaak een terugdraaibaar middel gebruikt in plaats van tape.
Wanneer een verbinding met tape toch niet dicht wil, kun je een afdichtpasta toepassen. Houd er rekening mee dat een fitting die met bepaalde pasta's is afgedicht daarna vrijwel niet meer loskomt. Gebruik ook hier alleen producten met een keurmerk voor drinkwater.
Beschadigde schroefdraad opschonen met een tap of snijplaat vóór montage. Een paar gangen die net iets vervormd zijn maken een hele afdichting onbetrouwbaar.
Controle en oplevering
Na montage altijd een druktest uitvoeren conform , de norm die in het Bouwbesluit en Drinkwaterbesluit is aangewezen voor drinkwaterinstallaties. Praktijk: zet de installatie op werkdruk, controleer alle aansluitingen, en herhaal de controle na 24 uur. Een microlek dat bij de eerste druktest nog niet zichtbaar is, laat na een dag wel sporen achter rondom de aansluiting.
De nadere uitvoeringsvoorschriften staan in de Waterwerkbladen, met praktische aanwijzingen per onderdeel van de installatie. Voor de installateur die opleveringsdossiers maakt: documenteer de druktest, dan heb je het zwart op wit voor de opdrachtgever en voor jezelf.
Groot assortiment bij Technische Unie
Bij Technische Unie vind je het volledige assortiment voor je sanitaire installaties. Kranen, hoekafsluiters, flexibele aansluitslangen met Kiwa-keur, wandbeugels en S-koppelingen in de gangbare maten, overgangsfittingen en drinkwatergeschikte afdichtmaterialen. Allemaal voldoend aan NEN- en ISO-normen, met productspecialisten die de praktijk kennen en met je meedenken over de juiste keuze per project. Snelle levering, ook op de bouwplaats, zodat jij je tijd kunt richten op het werk waar het écht om gaat: een installatie die de eerste druktest haalt en jaren probleemloos droog blijft.



